ECLI:NL:RBDHA:2025:21882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag gezinshereniging met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van maximaal 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
Gezien de bijzondere situatie bij aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een langere termijn van twintig weken indien nader onderzoek nodig is. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. De minister wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 18 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn en dwangsom op aan de minister.