ECLI:NL:RBDHA:2025:21885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de beslistermijn heeft beslist. De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000. De reeds verbeurde dwangsommen van € 1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot betaling van deze sommen, de proceskosten van € 453,50 en het griffierecht van € 194. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 18 november 2025 door rechter A.C.J. van Dooijeweert.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen onder oplegging van een dwangsom.