ECLI:NL:RBDHA:2025:21888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf in kader gezinshereniging
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft nagelaten binnen de wettelijke termijn te beslissen, ondanks een verlenging van de beslistermijn met drie maanden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Er wordt een nadere beslistermijn opgelegd van acht weken na verzending van de uitspraak, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank wijst het verzoek af om de verbeurde bestuurlijke dwangsom vast te stellen, omdat deze niet verschuldigd is op grond van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken. Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.