ECLI:NL:RBDHA:2025:21896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij een referent.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. De ingebrekestelling vond plaats op 7 mei 2025 en het beroep is tijdig ingesteld op 6 juni 2025.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiser. Het verzoek tot vaststelling van een bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen vanwege de toepasselijkheid van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen acht weken te beslissen met oplegging van een dwangsom.