ECLI:NL:RBDHA:2025:21931
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland op 28 september 2021. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van eisers verhaal over zijn seksuele gerichtheid. Eerder had de rechtbank Middelburg het beroep ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit en beval een nieuwe beoordeling.
In de nieuwe beoordeling concludeert de rechtbank dat de minister het asielrelaas integraal heeft beoordeeld volgens de werkinstructie WI 2024/6 en dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser over zijn homoseksualiteit en de gevolgen daarvan niet samenhangend en aannemelijk zijn. Eisers stelling dat de minister onvoldoende rekening hield met zijn referentiekader en identiteitsgroei wordt verworpen.
De rechtbank acht de minister terecht niet verplicht geweest tot een aanvullend gehoor en oordeelt dat de overgelegde documenten en verklaringen onvoldoende zijn om de ongeloofwaardigheid te compenseren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.