Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
van Turkse nationaliteit,
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse werknemer, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid in loondienst op grond van Besluit nr. 1/80. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser geen legale arbeid verrichtte zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het Besluit en zijn verblijf op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) niet als onomstreden verblijfsrecht kon worden aangemerkt.
Eiser voerde aan dat hij wel legale arbeid had verricht en dat zijn verblijf op grond van de RTB onomstreden was. Tevens stelde hij dat de minister ten onrechte niet had getoetst aan artikel 8 EVRM Pro en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat het verblijf op grond van de RTB slechts procedureel rechtmatig was en niet voldeed aan de eis van een stabiele en niet voorlopige situatie op de arbeidsmarkt.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en bevestigde dat de standstillbepaling van artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80 niet van toepassing was. Ook werd geoordeeld dat de minister terecht niet aan artikel 8 EVRM Pro had getoetst en dat het afzien van het horen in bezwaar gerechtvaardigd was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning regulier arbeid in loondienst blijft in stand.