Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van eiser, die op 15 december 2022 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 22 juli 2025 afgewezen, omdat hij de seksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig achtte. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, maar de rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij de verklaringen van eiser over zijn seksuele gerichtheid en identiteit niet geloofwaardig vindt. De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 behandeld, waarbij eiser, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.
Eiser stelt dat hij homoseksueel is en dat hij in Guinee problemen heeft ondervonden vanwege zijn geaardheid en deelname aan demonstraties. De rechtbank concludeert dat de minister op goede gronden heeft vastgesteld dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over zijn geboortedatum en seksuele gerichtheid. Eiser heeft geen overtuigende medische stukken overgelegd die zijn psychische toestand onderbouwen, en de rechtbank oordeelt dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat eiser in staat was om authentieke en persoonlijke verklaringen af te leggen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij eisers asielrelaas niet geloofwaardig vindt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat het bestreden besluit van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Deze uitspraak is openbaar gemaakt op 21 november 2025.