ECLI:NL:RBDHA:2025:22002

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
NL25.38705
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag op basis van geloofwaardigheid van seksuele gerichtheid en identiteit

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van eiser, die op 15 december 2022 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 22 juli 2025 afgewezen, omdat hij de seksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig achtte. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, maar de rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij de verklaringen van eiser over zijn seksuele gerichtheid en identiteit niet geloofwaardig vindt. De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 behandeld, waarbij eiser, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.

Eiser stelt dat hij homoseksueel is en dat hij in Guinee problemen heeft ondervonden vanwege zijn geaardheid en deelname aan demonstraties. De rechtbank concludeert dat de minister op goede gronden heeft vastgesteld dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over zijn geboortedatum en seksuele gerichtheid. Eiser heeft geen overtuigende medische stukken overgelegd die zijn psychische toestand onderbouwen, en de rechtbank oordeelt dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat eiser in staat was om authentieke en persoonlijke verklaringen af te leggen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij eisers asielrelaas niet geloofwaardig vindt.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat het bestreden besluit van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Deze uitspraak is openbaar gemaakt op 21 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.38705

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.M. Veld),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A. E. Geçer).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag [1] van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij eisers asielrelaas niet geloofwaardig vindt
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 15 december 2022 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 22 juli 2025 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
4. Eiser stelt dat hij homoseksueel is en dat hij in Guinee is betrapt toen hij seks had met zijn vriend. Eiser heeft ook problemen gehad door zijn deelname aan demonstraties. In 2016 hebben bendeleden naar hem gevraagd tijdens een inval in zijn huis. Verder heeft eiser problemen gehad met de familie van zijn moeder, omdat zijn vader katholiek was en eiser zich niet wilde bekeren. Na de scheiding van eisers ouders in 2009 gingen de ruzies door. Eiser vreest dat hem bij terugkeer iets zal worden aangedaan of dat hij wordt gedood door zijn familie of bendeleden.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Eisers geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen;
3. De problemen met eisers familie vanwege religie;
4. Eisers deelname aan demonstraties en daaruit voortvloeiende problemen en eisers politieke overtuiging.
De minister vindt eisers identiteit niet geloofwaardig, maar eisers nationaliteit en herkomst wel. Eiser heeft geen documenten overgelegd en hij heeft wisselend verklaard over de reden waarom hij geen geboorteakte of uittreksel heeft overgelegd. Verder heeft eiser wisselend verklaard over zijn leeftijd. De minister vindt eisers gestelde homoseksuele geaardheid niet geloofwaardig. Eiser heeft wisselend verklaard over wat zijn geaardheid daadwerkelijk is. Eiser heeft volgens de minister ook oppervlakkig verklaard over de ontdekking van zijn geaardheid en over de relatie met zijn vriend. Eiser heeft tegenstrijdig verklaard over de leeftijd waarop hij ontdekte dat hij op mannen viel. Volgens de minister heeft eiser verder vaag verklaard over de gestelde betrapping en heeft hij wisselende verklaringen afgelegd over de vraag of dit de directe aanleiding was voor zijn vertrek uit Guinee in 2017. De minister vindt de problemen met de familie vanwege religie geloofwaardig. Tot slot vindt de minister de deelname aan demonstraties en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig, maar de minister neemt wel aan dat eiser een politieke overtuiging heeft. Eiser heeft oppervlakkig en ongerijmd verklaard over de demonstraties. De geloofwaardig bevonden asielmotieven leiden volgens de minister niet tot gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade en daarom heeft de minister eisers aanvraag afgewezen.
De identiteit
6. Eiser voert aan dat de minister bij het tegenwerpen van de wisselende verklaringen over eisers geboortejaar ten onrechte geen rekening heeft gehouden met eisers psychische toestand. Eiser heeft een psychische stoornis, waardoor hij niet altijd consequent kan verklaren en ook moeite heeft met tijdsaanduiding. Eiser heeft in beroep een foto overgelegd van een geboorteakte, afgegeven op 8 september 2025, waarop de autoriteiten als geboortedatum [datum] vermelden. De minister kan volgens eiser niet zomaar aan die datum voorbijgaan.
7. De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister op goede gronden tegengeworpen dat eiser tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over zijn geboortedatum. Eiser heeft bij zijn aanvraag en in het aanmeldgehoor verklaard dat hij is geboren op [datum]. [2] Vervolgens verklaart hij, nadat de hoormedewerker hem confronteert met het feit dat dit niet kan kloppen gelet op eisers verklaring dat hij in 2008 een stempas kreeg, dat hij op aanraden van vrienden heeft gelogen over zijn leeftijd en dat hij in [jaar] is geboren. [3] In het nader gehoor [4] en in de zienswijze stelt eiser vervolgens dat hij in [jaar] is geboren. Deze verklaringen zijn niet met elkaar in overeenstemming en eiser heeft daarvoor geen toereikende uitleg gegeven. De rechtbank volgt niet eisers stelling dat hij door zijn psychische stoornis niet consequent heeft kunnen verklaren over zijn geboortedatum. Het is aan eiser om aannemelijk te maken in hoeverre zijn psychische klachten van invloed zijn op het vermogen om volledig, samenhangend en consistent te verklaren. [5] Eiser is er niet geslaagd om aannemelijk te maken dat hij niet in staat was over zijn geboortejaar te verklaren. Eiser was ten tijde van het aanmeldgehoor opgenomen in Veldzicht, maar niet is gebleken dat eiser niet kon worden gehoord of dat eiser niet in staat was om te verklaren over zijn leeftijd. Eiser heeft geen medische stukken overgelegd waaruit dat blijkt. De foto van een (uittreksel van een) geboorteakte die eiser in beroep heeft overgelegd, leidt ook niet tot een ander oordeel. Op dit document staat als geboortedatum [datum] vermeld. Dat strookt allereerst niet met eisers eerdere verklaring dat deze geboortedatum niet klopt. Het document neemt de tegenstrijdigheden in eisers verklaringen bovendien niet weg.
De seksuele gerichtheid
8. Eiser voert aan dat de minister bij de beoordeling van zijn seksuele gerichtheid onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd wat er, gelet op eisers referentiekader, meer van hem verwacht had mogen worden dan het met zijn eigen woorden inzicht te geven in zijn gedachten en gevoelens. Daarbij had de minister volgens eiser ook moeten betrekken dat hij minderjarig was toen hij ontdekte dat hij gevoelens had voor jongens. Verder stelt de minister ten onrechte dat de uitleg in de zienswijze over de betrapping met [naam] een nieuwe uitleg is. Eiser heeft namelijk op pagina 13 van het nader gehoor gezegd dat de betrapping in hetzelfde jaar, bij de derde ontmoeting was. Eiser bedoelde daarmee de derde ontmoeting in dat jaar. Deze tijdsaanduiding staat dan ook los van de duur van de relatie. Als dat voor de minister niet duidelijk was, had doorgevraagd moeten worden. Eiser voert verder aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat het niet voor te stellen is dat eiser op een populair plein verboden handelingen zou verrichten. Het gebeurde namelijk niet op een plein, maar in een gebouw in aanbouw.
9. De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft de seksuele gerichtheid van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister tijdens de besluitvorming allereerst voldoende rekening gehouden met eisers referentiekader. De minister heeft het referentiekader van eiser benoemd en uitgelegd hoe hij daarmee rekening houdt in de besluitvorming. Zo heeft de minister in het voornemen vermeld dat eiser tijdens het aanmeldgehoor last had van psychische klachten ,dat eiser zeven en een half jaar naar school is geweest en dat uit de medische stukken niet blijkt dat eiser helemaal geen antwoord kan geven op de gestelde vragen. De minister vermeldt verder dat bij de besluitvorming de drempel voor eiser laag ligt, maar dat dit niet betekent dat helemaal niets van eiser mag worden verwacht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het besluit niet ten onrechte overwogen dat het voor eiser gelet op zijn referentiekader wel mogelijk is om authentieke en persoonlijke verklaringen af te leggen over zijn gestelde gerichtheid en over zijn liefde voor zijn vriend. Eisers stelling dat de minister rekening had moeten houden met zijn minderjarigheid ten tijde van de ontdekking van zijn gerichtheid leidt niet tot een ander oordeel. Eiser heeft tegenstrijdig verklaard over zijn geboortedatum. Daardoor is allereerst niet duidelijk dat eiser op het moment van de ontdekking van zijn gestelde gerichtheid, in 2017, daadwerkelijk minderjarig was. Verder heeft eiser verklaard dat hij 17 jaar was toen hij ontdekte dat hij gevoelens voor mannen had. De rechtbank is van oordeel dat, nu de minister in het bestreden besluit al heeft aangegeven dat de drempel voor zijn verklaring laag ligt, de enkele stelling dat eiser 17 jaar oud was toen hij zijn geaardheid zou hebben ontdekt geen reden is om aan te nemen dat de drempel daardoor nog lager zou moeten komen te liggen.
9.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister er verder op kunnen wijzen dat eiser wisselend heeft verklaard over de vraag of hij uitsluitend op mannen of ook op vrouwen valt. De minister heeft zich verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser oppervlakkige verklaringen heeft afgelegd over het ontdekken van zijn gerichtheid en over zijn relatie. Eiser heeft deze tegenwerpingen verder niet inhoudelijk bestreden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister op goede gronden overwogen dat eiser in de zienswijze een andere uitleg heeft gegeven over wanneer de betrapping plaatsvond dan in zijn verklaringen tijdens het nader gehoor. In het nader gehoor verklaart eiser dat de relatie drie jaar heeft geduurd en vervolgens dat de relatie niet lang heeft geduurd, omdat ze zijn betrapt. [6] Verder verklaart eiser dat hij niet meteen de eerste keer dat hij fysiek werd met zijn vriend werd betrapt, maar dat dit gebeurde bij hun derde ontmoeting en antwoordt hij op de vraag van de hoormedewerker wanneer dat was in de tijd, dat het in hetzelfde jaar was, bij de derde ontmoeting. [7] Verder verklaart eiser dat hij voor het eerst in 2017 gevoelens voor zijn vriend had [8] en dat hij zijn familie eind 2017 heeft verlaten na de betrapping. [9] De uitleg die eiser in de zienswijze geeft, komt niet overeen met deze verklaringen tijdens het nader gehoor en kan daarin naar het oordeel van de rechtbank ook niet gelezen worden. De minister heeft er naar het oordeel van de rechtbank tot slot op niet ten onrechte op gewezen dat niet valt in te zien waarom eiser het risico zou nemen om op seks te hebben op een plek naast het huis van zijn ouders, waarover hij heeft verklaard dat iedereen uit de wijk daar kwam om te spelen. Dat dit niet een plein was maar een huis in aanbouw, maakt het risico dat eiser daarmee nam niet anders.
De deelname aan demonstraties en politieke overtuiging
10. Eiser voert aan dat de minister niet heeft onderbouwd wat hij meer verwacht van eiser met betrekking tot zijn deelname aan de demonstraties, mede gelet op eisers referentiekader. Eiser bleef ondanks de dood van zijn broer meedoen aan de demonstraties, omdat hij veranderingen wilde. De minister stelt volgens eiser verder ten onrechte dat hij pas in de zienswijze een aanvullende verklaring geeft over het afbranden van het huis van zijn ouders. Als de minister de gang van zaken niet begreep of tegenstrijdig vond, had hij eiser daarmee moeten confronteren in het gehoor.
11. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt allereerst vast dat eiser het standpunt van de minister dat niet aannemelijk is dat eiser op grond van zijn politieke overtuiging in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat of ooit heeft gestaan niet heeft weersproken.
11.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser zijn deelname aan demonstraties niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister heeft daartoe op goede gronden overwogen dat eiser oppervlakkig en ongerijmd heeft verklaard over de reden voor zijn gestelde deelname aan de demonstraties. Eiser heeft aan de ene kant verklaard dat hij niet van demonstraties houdt, maar aan de andere kant dat hij in 2011 en 2016 voor de lol meedeed. [10] De minister heeft erop kunnen wijzen dat hij niet inziet waarom eiser voor de lol zou meedoen aan demonstraties. Eiser heeft namelijk ook verklaard dat zijn broer tijdens een demonstratie in 2009 is gedood. Dat eiser ook heeft verklaard dat hij meedeed aan de demonstraties omdat hij veranderingen wilde, leidt niet tot een ander oordeel.
11.2.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister niet ten onrechte aan eiser heeft tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over het afbranden van zijn huis. Eiser heeft namelijk eerst verklaard dat het huis is vernield door politie en demonstranten. [11] Vervolgens verklaart eiser dat dit gebeurde toen bendeleden langskwamen en dat het niet de politie en de demonstranten waren die het huis hebben afgebrand, maar dat het kwam door de elektriciteit. [12] Tot slot stelt eiser in de zienswijze dat de politie of demonstranten een elektriciteitsmast hebben omgegooid, waardoor brand is ontstaan. De rechtbank volgt niet eisers stelling dat de minister ten onrechte heeft overwogen dat eiser pas in de zienswijze een aanvullende verklaring geeft. De verklaring in de zienswijze is namelijk een geheel anders dan wat eiser in het nader gehoor heeft verklaard. De minister kon eiser daarmee tijden het nader gehoor niet confronteren.
11.3.
Gelet op het voorgaande heeft de minister op goede gronden is gekomen heeft geconcludeerd tot afwijzing van de asielaanvraag, omdat niet aannemelijk is geworden dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico op ernstige schade loopt.

Conclusie

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C. Drenten-Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie p. 4 van het aanmeldgehoor.
3.Zie p. 6 van het aanmeldgehoor.
4.Zie p. 11 van het nader gehoor.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4711.
6.Zie p. 12 van het nader gehoor.
7.Zie p. 13 van het nader gehoor.
8.Zie p. 11 van het nader gehoor.
9.Zie p. 15 van het nader gehoor.
10.Zie p. 26 van het nader gehoor.
11.Zie p. 7 van het nader gehoor.
12.Zie p. 27 van het nader gehoor.