Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag van 14 januari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een beslistermijn van acht weken passend geacht, zeker nu de bovengrens van 21 maanden is overschreden.
De minister wordt opgedragen binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Bij overschrijding van deze termijn is de minister een dwangsom van € 100 per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 453,50.