ECLI:NL:RBDHA:2025:22124

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
NL25.45523
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 6:12 lid 2 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn asielaanvraag van 27 maart 2023. De minister had op 15 oktober 2024 de aanvraag ongegrond verklaard, maar deze beslissing werd op 28 mei 2025 door de rechtbank vernietigd, waardoor de minister opnieuw moest beslissen.

De rechtbank stelt dat bij vernietiging van een besluit zonder een nieuwe termijn, de beslistermijn gelijk is aan de oorspronkelijke termijn van zes maanden. Deze termijn zou voor eiser verlopen op 28 november 2025. De ingebrekestelling van eiser op 2 september 2025 was daarom te vroeg (prematuur).

Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten voor een beroep tegen het niet beslissen binnen de wettelijke termijn. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk en wijst erop dat eiser binnen zes weken een verzetschrift kan indienen indien hij het niet eens is met deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45523

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H. Postma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 27 maart 2023.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij besluit van 15 oktober 2024 heeft de minister de aanvraag van eiser ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 mei 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats, het besluit van de minister vernietigd. [2] Dit betekent dat de minister opnieuw op de aanvraag van
27 maart 2023 moet beslissen.
3. Wanneer bij het vernietigen van een besluit geen termijn is gesteld voor het opnieuw beslissen op de aanvraag, geldt volgens vaste jurisprudentie [3] dat het bestuursorgaan gehouden is om een nieuw besluit te nemen binnen dezelfde termijn als de termijn die gold voor het vernietigde besluit.
4. De beslistermijn bedraagt zes maanden. [4] De beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiser verstrijken op 28 november 2025. Dit betekent dat de ingebrekestelling van 2 september 2025 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan alle vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet beslissen. [5]

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3442.
4.Artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
5.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.