ECLI:NL:RBDHA:2025:22124
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser behandeld dat is ingediend omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op de asielaanvraag van 27 maart 2023. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld. De minister had op 15 oktober 2024 de aanvraag van eiser ongegrond verklaard, maar deze beslissing werd op 28 mei 2025 door de rechtbank vernietigd. Dit houdt in dat de minister opnieuw op de aanvraag moet beslissen.
Volgens de geldende jurisprudentie is het bestuursorgaan verplicht om binnen dezelfde termijn als die van het vernietigde besluit een nieuw besluit te nemen, tenzij er een andere termijn is gesteld. In dit geval bedraagt de beslistermijn zes maanden, wat betekent dat de minister uiterlijk op 28 november 2025 een nieuw besluit moet nemen. Eiser had op 2 september 2025 een ingebrekestelling ingediend, maar deze werd als prematuur beschouwd omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
De rechtbank concludeert dat het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet beslissen is voldaan. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.