ECLI:NL:RBDHA:2025:22136
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser op 4 maart 2025 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geregistreerd als vertrokken met onbekende bestemming (MOB).
Hoewel de gemachtigde aanvankelijk contact met eiser had, is dit contact op 14 oktober 2025 verbroken en is de verblijfplaats van eiser onbekend. De rechtbank volgt vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een beroep alleen inhoudelijk wordt beoordeeld als het van belang is voor de beslechting van het geschil en als de indiener een actueel en reëel belang heeft.
Aangezien eiser geen contact meer onderhoudt en geen prijs lijkt te stellen op de aanvankelijk gezochte bescherming, ontbreekt het aan procesbelang. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.M. Dijksterhuis en griffier M.M. Tank op 18 november 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.