Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 19 december 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken heeft besloten.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Hierbij wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij het ‘8+8 wekenmodel’ geldt voor het bepalen van een nieuwe beslistermijn. Omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden, wordt een kortere beslistermijn passend geacht.
De minister krijgt acht weken om alsnog een besluit te nemen, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak. Bij overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.