Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 november 2025 in de zaak tussen
[eiser 1], v-nummers: [nummer 1], eiser 1,
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid)
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
familierechtelijke relatietussen de gestelde ouders en eiser 1 aannemelijk maken en dat daarvoor DNA-onderzoek nodig is. De overgelegde doopaktes zijn daarnaast onvoldoende om van de gestelde broers en zussen de
identiteiten de
familierechtelijke relatiemet eiser 1 aannemelijk te maken. Daarom is DNA-onderzoek nodig voor het vaststellen van de identiteit en de familierechtelijke betrekking met de gestelde broers en zussen. Volgens de minister is daarnaast nader onderzoek nodig naar de gestelde vader en is hij niet beschikbaar gebleken voor een interview over zijn militaire dienst. Volgens de minister is niet gebleken dat uitreizen voor hem niet mogelijk is. De minister wijst er daarbij op dat de illegale uitreis bij toegestane gezinshereniging onvermijdelijk is en dat eisers er zelf voor hebben gekozen om een mvv aan te vragen. Het beroep op de risico’s die aan het uitreizen kleven is volgens de minister onvoldoende gepersonaliseerd en verschilt niet van andere nareiszaken waarbij (dienstplichtige) gezinsleden een aanvraag indienen. Daarnaast stelt de minister vast dat het eiser 4 inmiddels wel is gelukt om uit te reizen. Dat de gestelde vader na zijn uitreis vervolgens niet meer zou kunnen terugkeren, leidt volgens de minister niet tot een ander conclusie.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op om binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan eisers van een schadevergoeding van € 800;
- veroordeelt de minister tot betaling van aan eisers van een schadevergoeding van € 200;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) de proceskosten van eisers moet vergoeding tot een bedrag van € 226,75 voor het verzoek om schadevergoeding;
- bepaalt dat de minister de proceskosten van eisers moet vergoeding tot een bedrag van € 2.494,25 voor het indienen van het beroep en het verzoek om schadevergoeding.