ECLI:NL:RBDHA:2025:22343
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs duurzame relatie en onvoldoende individuele vervolgingsdreiging
Eiser, een Jezidi uit Irak, vroeg asiel aan vanwege discriminatie en bedreigingen door verschillende groeperingen. De minister wees de aanvraag af omdat niet alle motieven geloofwaardig waren en eiser onvoldoende persoonlijke risico’s aannemelijk had gemaakt. Daarnaast werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro afgewezen omdat eiser onvoldoende inzicht gaf in de invulling van zijn relatie met zijn partner; er was geen samenwoning en onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie.
De rechtbank bevestigde dat de minister terecht de stukken die laat waren ingediend heeft toegelaten, omdat geen verwijt aan eiser kon worden gemaakt en de minister voldoende gelegenheid had om te reageren. De rechtbank oordeelde dat de minister de duur van de relatie en het ontbreken van samenwoning terecht heeft betrokken bij de beoordeling van de relatie. De minister hoefde de belangen van de Nederlandse staat niet af te wegen tegen die van eiser omdat geen gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro was vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat eiser geen recht heeft op een verblijfsvergunning op grond van asiel of artikel 8 EVRM Pro en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en verblijfsvergunning.