ECLI:NL:RBDHA:2025:22376

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
NL24.41042
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 ProcedurerichtlijnArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep tijdig is ingesteld na een correcte ingebrekestelling.

De rechtbank overweegt dat de minister van Asiel en Migratie geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is vanwege de tijdelijke afschaffing van de dwangsom in asielzaken, hetgeen niet in strijd is met het Unierecht. De uiterste termijn van 21 maanden uit de Procedurerichtlijn is inmiddels verstreken zonder besluit.

De rechtbank draagt de minister op om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €200 per dag op met een maximum van €15.000 bij overschrijding. Tevens worden proceskosten van €453,50 aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting en kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen twee weken te beslissen onder dreiging van een dwangsom van €200 per dag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.41042
[V-Nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. K. Ross),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Overwegingen

Overwegingen

Voor het wettelijke kader en de aan het beroep ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak.
Is de beslistermijn overschreden?
( x ) Ja, belanghebbende heeft onbetwist gesteld dat de beslistermijn is overschreden.
( ) Ja, dit is tussen partijen niet in geschil.
( ) Nee.
Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld?
( x ) Ja.
( ) Nee.
( ) Een ingebrekestelling is in dit geval niet vereist. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Afdeling [2] bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 8 maart 2019. [3]
Is het beroep gegrond?
( ) Nee. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
( x ) Ja.
Heeft belanghebbende de rechtbank verzocht om de bestuurlijke dwangsom vast te stellen?
( x ) Ja. Verweerder is in dit geval geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Met de tijdelijke wet dwangsom heeft verweerder de bestuurlijke dwangsom afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel of doeltreffendheidsbeginsel. Voor de motivering van dit oordeel wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 30 november 2022. [4] ( ) Nee.
Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen?
( x ) De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag van belanghebbende te beslissen, maar uiterlijk twee weken na verzending van deze uitspraak. De rechtbank stelt vast dat de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. [5]
Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist?( ) € 100,-, met een maximum van € 7.500,-.
( x ) € 200,-, met een maximum van € 15.000,-.
( ) € 250,-, met een maximum van € 37.500,-.
Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen?
( x ) Ja.
( ) Nee.
Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten?De volgende proceskosten worden toegekend:
( x ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5.
( ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5.
( ) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.
( ) 0,5 punt voor een nadere reactie met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.

Beslissing

De rechtbank:
( ) verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
( x ) verklaart het beroep gegrond;
( x ) draagt verweerder op zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken;
( x ) bepaalt dat verweerder aan belanghebbende een dwangsom van
( ) € 100,- ( x ) € 200,- ( ) € 250,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van ( ) € 7.500,- ( x ) € 15.000,- ( ) € 37.500,-.
( x ) veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van
( x ) € 453,50 ( ) € 680,25 ( ) € 907,- ( ) € 1.360,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter,
in aanwezigheid van mr. S. Özçelik, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.