ECLI:NL:RBDHA:2025:22456
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige herkomst en misleiding
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende op 19 juli 2023 een asielaanvraag in, die door de minister van Asiel en Migratie op 23 september 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat eiser zijn herkomst niet geloofwaardig had gemaakt, mede door het ontbreken van ondersteunende documenten en een taalanalyse die zijn opgegeven herkomst niet bevestigde.
Eiser voerde aan dat hij door zijn opvoeding in een Noord-Somalisch dialect spreekt en dat hij weinig contact had met anderen, maar deze verklaringen werden niet overtuigend bevonden omdat ze niet overeenkwamen met eerdere verklaringen tijdens zijn gehoor. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom de herkomst van eiser ongeloofwaardig was en dat eiser onvoldoende inspanningen had geleverd om zijn identiteit aannemelijk te maken.
Omdat de identiteit en herkomst niet aannemelijk waren, hoefde het asielrelaas niet inhoudelijk te worden beoordeeld. Verweerder mocht de aanvraag daarom kennelijk ongegrond verklaren en een terugkeerbesluit en inreisverbod opleggen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.