ECLI:NL:RBDHA:2025:22541
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 15 augustus 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. De rechtbank toetste het voortduren van deze maatregel op 21 november 2025, waarbij eiser niet aanwezig was op de zitting. De rechtbank beoordeelde of sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 29 augustus 2025 de maatregel rechtmatig bleef.
De rechtbank concludeerde dat er geen reden was om te twijfelen aan het uitzicht op uitzetting naar Gambia. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit anders was, mede omdat hij niet meewerkt aan zijn uitzetting en meerdere vertrekgesprekken heeft geweigerd. De minister toonde aan dat hij voortvarend handelde door meerdere vertrekgesprekken te voeren en herhaaldelijk contact te zoeken met de Gambiaanse autoriteiten.
Voorts oordeelde de rechtbank dat het non-refoulementbeginsel niet in de weg staat aan terugkeer, aangezien de eerdere asielaanvraag van eiser was afgewezen en hij geen nieuwe feiten had ingebracht. De rechtbank vond geen onrechtmatigheden in de voortzetting van de bewaring en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.