AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing asielaanvraag op basis van ernstig, niet-politiek misdrijf door huwelijk met minderjarig meisje
Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van eiser, die traditioneel gehuwd is met een minderjarig meisje. De rechtbank heeft geoordeeld dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat eiser een ernstig, niet-politiek misdrijf heeft begaan door seks te hebben met een veertienjarige. Eiser heeft op 27 september 2022 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de minister op 4 september 2024 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Eiser heeft beroep ingesteld en de rechtbank heeft de zaak op 17 juli 2025 behandeld. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde, gezien de ernst van het gepleegde feit. De rechtbank heeft de beroepsgronden van eiser besproken, waaronder de leeftijd van zijn echtgenote en de juridische context van hun huwelijk. De rechtbank concludeert dat de belangen van de echtgenote en kinderen niet opwegen tegen de tegenwerping van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en het besluit tot signalering voor tien jaar.
Voetnoten
1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Schengeninformatiesysteem.
3.Zaaknummer NL24.35254.
4.Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking), PbEU 2013, L 180.
5.Internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, gewijzigd door het Protocol van New York van 31 januari 1967.
6.https://fra.europa.eu/en/publication/2017/mapping-minimum-age-requirements/consent-sexual-activity-adult.
7.Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging, PbEU 2003 L 251/12.
8.Vreemdelingencirculaire 2000. Na het bestreden besluit is sprake geweest van een vernummering van artikelen in de Vc 2000. Nu is sprake van paragraaf C2/7.10.7.2.2. In deze uitspraak worden de artikelnummers gebruikt zoals ze ten tijde van het bestreden besluit luidden.
9.United Nations High Commissioner for Refugees, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties.
10.Paragraaf 7.10.2.4. Bewijslast en verantwoordelijkheid.
11.Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
12.Wetboek van Strafrecht.
13.Artikel 245 WvSr.
14.Zie ook de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s Hertogenbosch, van 22 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:14784. 15.https://rm.coe.int/1680462530.
20.België, Denemarken, Finland, Ierland, Luxemburg, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Zweden en Zwitserland.
21.De uitspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 7 september 2021 (260.333) en het arrest van het Conseil du Contentieux des Etrangers van 26 maart 2021 (251 696).
22.Zaak die leidde tot de uitspraak van 7 september 2021.
23.Pagina 8 en 9.