Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep gegrond is, mede omdat de wettelijke voorwaarden voor het beroep zijn vervuld.
De rechtbank stelt een redelijke beslistermijn vast tot uiterlijk 21 februari 2026, rekening houdend met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt. De rechtbank verwijst naar het wettelijke kader van de Vreemdelingenwet 2000, de Algemene wet bestuursrecht en relevante jurisprudentie.
De rechtbank benadrukt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke termijn van zes maanden voor de beslissing op asielaanvragen geldt. De rechterlijke dwangsom geldt als stimulans voor tijdige besluitvorming en vervangt de bestuurlijke dwangsom die is afgeschaft in asielzaken.