Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn op zijn asielaanvraag van 10 augustus 2024 heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ook na een verzoek van eiser om binnen twee weken te beslissen, geen besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het '8+8 wekenmodel' dat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is vastgesteld. Bij overschrijding van deze termijn moet de minister een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.