Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 10 maart 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoek van eiser niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij het '8+8 wekenmodel' als richtlijn geldt. Indien de minister deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.