Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op haar asielaanvraag van 6 maart 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ook na verzoek van eiseres niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt de minister een nieuwe beslistermijn van zestien weken opgelegd, gerekend volgens het '8+8 wekenmodel'.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. De minister moet binnen de gestelde termijn alsnog een besluit nemen op de asielaanvraag, onder dreiging van de opgelegde dwangsom.