Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 2 december 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een maatregel van bewaring die op 17 november 2025 aan eiser is opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser, die stelt Libische nationaliteit te hebben, heeft tegen dit besluit beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding moet worden aangemerkt. De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 behandeld, waarbij eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was.
De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de maatregel beoordeeld en vastgesteld dat de gronden voor de maatregel voldoende gemotiveerd zijn. Eiser heeft betwist dat hij zich aan de maatregel heeft gehouden en heeft aangevoerd dat er geen lichter middel is toegepast. De rechtbank oordeelt echter dat de gronden voor de maatregel, waaronder het risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken, voldoende zijn om de maatregel van bewaring te rechtvaardigen. Eiser heeft niet overtuigend aangetoond dat hij medewerking verleent aan zijn uitzetting of dat de medische zorg in het detentiecentrum onvoldoende is.
De rechtbank concludeert dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat verweerder niet voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. De rechtbank wijst het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af. Tevens wordt er geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is openbaar gemaakt en er is een rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk binnen een week na bekendmaking.