ECLI:NL:RBDHA:2025:22818
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling wegens prematuur beroep niet tijdig besluit
Verzoekster diende een beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag, maar trok dit beroep in nadat de minister alsnog een besluit nam. De rechtbank heeft het verzoek tot veroordeling van de minister in de proceskosten beoordeeld.
De rechtbank overwoog dat hoewel de minister aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen, dit niet automatisch leidt tot een proceskostenveroordeling. Hiervoor moet het beroep ontvankelijk zijn geweest, hetgeen niet het geval was omdat het beroep prematuur was ingediend voordat de maximale beslistermijn van zestien weken was verstreken.
De rechtbank baseerde haar oordeel op eerdere uitspraken waarin het 8+8-wekenmodel werd bevestigd, dat een maximale beslistermijn van zestien weken na een uitspraak toekent. Omdat verzoekster haar beroep tegen het niet tijdig beslissen te vroeg had ingediend, was het beroep niet ontvankelijk en bestond geen recht op proceskostenvergoeding.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af en bevestigde dat de minister niet in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het beroep prematuur was en niet-ontvankelijk.