ECLI:NL:RBDHA:2025:22830
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag van Nigeriaanse eiser wegens gebrek aan nieuwe feiten en omstandigheden
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 10 november 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure. De rechtbank verklaart het beroep van de Nigeriaanse eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn opvolgende asielaanvraag ongegrond. Eiser had eerder asiel aangevraagd, maar zijn aanvraag werd afgewezen op basis van ongeloofwaardigheid. De rechtbank oordeelt dat de overgelegde documenten, waaronder een arrestatiebevel van de Nigeriaanse autoriteiten, niet voldoende zijn om aan te tonen dat er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die de heropening van de asielprocedure rechtvaardigen. Eiser heeft niet kunnen bewijzen dat hij daadwerkelijk wordt gezocht door de Nigeriaanse autoriteiten, en de rechtbank concludeert dat de argumenten van eiser niet overtuigend zijn. De rechtbank wijst erop dat eiser geen origineel arrestatiebevel heeft overgelegd en dat de kopie die hij heeft ingediend niet geloofwaardig is. De rechtbank stelt vast dat de asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat er geen nieuwe elementen zijn die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag. De uitspraak houdt in dat het bestreden besluit in stand blijft en dat eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.