ECLI:NL:RBDHA:2025:22923
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing faciliterend visum wegens onvoldoende motivering en schending vertrouwensbeginsel
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit, verzocht op 18 december 2023 om een faciliterend visum op grond van artikel 20 VWEU Pro, met een beroep op het arrest Chavez-Vilchez. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte en beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit gebrekkig is gemotiveerd, met name doordat de minister cumulatief toetste aan de vereisten van de Vreemdelingencirculaire terwijl deze los van elkaar beoordeeld moeten worden.
Daarnaast heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met de precaire gezinssituatie en het belang van de minderjarige kinderen, die psychologische ondersteuning nodig hebben en afhankelijk zijn van eiser. De rechtbank stelt vast dat eiser op grond van toezeggingen en het bestreden besluit mocht vertrouwen op toetsing aan artikel 8 EVRM Pro, waardoor het vertrouwensbeginsel is geschonden.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het belang van de kinderen en artikel 8 EVRM Pro in acht worden genomen. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen waardoor eiser wordt behandeld alsof hij in het bezit is van het faciliterend visum, geldig tot zes weken na het nieuwe besluit. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €2.721,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en eiser wordt behandeld alsof hij in het bezit is van een faciliterend visum totdat een nieuw besluit is genomen.