AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Asielaanvraag en beslistermijnen in bestuursrechtelijke procedures
Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende een asielaanvraag. Eiser, vertegenwoordigd door mr. S.A.M. Fikken, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, waaronder achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank oordeelt dat de minister binnen zestien weken na de uitspraak een besluit moet nemen. Indien deze termijn wordt overschreden, verbeurt de minister een dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000. Daarnaast zijn de proceskosten voor eiser vastgesteld op € 453,50. De rechtbank heeft de uitspraak zonder zitting gedaan en benadrukt dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit beroep kan worden ingesteld. De rechtbank verwijst naar relevante wetgeving en eerdere uitspraken ter onderbouwing van haar beslissing.
Voetnoten
1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
4.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
6.Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
9.Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
10.Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
11.Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
12.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.