Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, met de Chinese nationaliteit en sinds 2015 rechtmatig verblijvend in Nederland, diende op 11 december 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Deze werd op 12 februari 2024 afgewezen wegens het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste. Na bezwaar en beroep werd het besluit op 8 januari 2025 alsnog gegrond verklaard en de vergunning verleend.
Verzoekster maakte kosten van €250 voor het afleggen van inburgeringsexamens die achteraf onterecht werden geëist. Zij verzocht om vergoeding van deze schade en om betaling van verbeurde dwangsommen. De rechtbank verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de dwangsommen, omdat dit onder de civiele rechter valt.
De rechtbank oordeelt dat de schadevergoeding toewijsbaar is, omdat het onrechtmatige besluit direct heeft geleid tot de gemaakte kosten. Het relativiteitsvereiste staat vergoeding niet in de weg. Verzoekster wordt ook in de proceskosten van €1.814 en het griffierecht van €194 veroordeeld. De rechtbank bekritiseert de proceshouding van verweerder die de zaak onnodig heeft vertraagd.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een schadevergoeding van €250 en vergoeding van proceskosten en griffierecht; verzoek tot betaling dwangsommen wordt afgewezen wegens onbevoegdheid.