ECLI:NL:RBDHA:2025:2312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit
Eiser diende een asielaanvraag in en stelde van Algerijnse nationaliteit te zijn. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende en tegenstrijdige bewijsstukken omtrent identiteit en nationaliteit. Eiser gaf aan bedreigd te worden door familie en problemen te hebben met een imam, maar deze motieven werden niet geloofwaardig geacht zonder betrouwbare identiteit.
De rechtbank behandelde het beroep zonder aanwezigheid van eiser en zijn gemachtigde, die niet waren komen opdagen. De rechtbank concludeerde dat eiser nog procesbelang had, omdat recent contact met zijn gemachtigde bestond. De rechtbank oordeelde dat de minister zorgvuldig had gehandeld en dat de gestelde medische problematiek onvoldoende was onderbouwd om tegenstrijdigheden in verklaringen te verklaren.
De rechtbank bevestigde dat eiser geen geloofwaardige documenten had overgelegd en dat zijn verklaringen over paspoort en identiteit tegenstrijdig waren. Het gebruik van aliassen en het indienen van asielaanvragen in meerdere landen zonder procedures af te wachten, ondermijnden zijn geloofwaardigheid. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd eiser geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.