ECLI:NL:RBDHA:2025:23278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning van een kennismigrant met terugwerkende kracht
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil over de intrekking van de verblijfsvergunning van eiseres, een Servische nationaliteit, die werkzaam was als kennismigrant. De minister van Asiel en Migratie heeft de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken voor de periode van 1 november 2022 tot 23 januari 2024, omdat eiseres niet langer voldeed aan de voorwaarden waaronder de vergunning was verleend. Eiseres was in dienst bij een niet erkend referent op het moment van intrekking, wat leidde tot een verblijfsgat. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht heeft gehandeld en dat de intrekking van de verblijfsvergunning niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel. Eiseres heeft aangevoerd dat de intrekking onevenredig is, maar de rechtbank oordeelt dat de nadelige gevolgen voor eiseres niet onevenwichtig zijn in verhouding tot de doelen van de intrekking. De rechtbank heeft het beroep van eiseres ongegrond verklaard, wat betekent dat zij geen gelijk krijgt en geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.