ECLI:NL:RBDHA:2025:23299
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen leeftijdsvaststelling bij asielaanvraag ondanks doopakte
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister is ingewilligd, maar hij betwist de leeftijdsvaststelling in het besluit. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de vaststelling van zijn geboortedatum en komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is.
De minister baseerde de leeftijdsvaststelling op schouwrapporten van AVIM en IND, die concludeerden dat eiser evident meerderjarig is. Eiser kon zijn leeftijd niet aannemelijk maken met identificerende documenten; de overgelegde doopakte werd niet als officieel bewijs erkend. De inconsistenties in de verklaringen van eiser over zijn geboortedatum en leeftijd werden door de minister terecht aan hem toegerekend.
De rechtbank oordeelt dat eiser wel belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep, maar dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij uitgaat van de vastgestelde geboortedatum. De rechtbank volgt de minister in het toekennen van zwaarwegend gewicht aan de leeftijdsschouw en het gebrek aan identificerende documenten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de leeftijdsvaststelling is ongegrond verklaard en eiser wordt als evident meerderjarig beschouwd.