Deze uitspraak betreft het beroep van eisers tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk om een omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteit brandveilig gebruik ten behoeve van een school. Eisers, die in de nabijheid van de school wonen, zijn het niet eens met de verleende vergunning en hebben verschillende beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de regels omtrent brandveilig gebruik zijn bedoeld ter bescherming van de gebruikers van de school en niet van de eisers. Hierdoor kunnen eisers zich niet beroepen op deze regels, wat betekent dat het relativiteitsvereiste hen in de weg staat. De rechtbank heeft het beroep van eisers ongegrond verklaard en hen in het ongelijk gesteld.
Het procesverloop begon met de terinzagelegging van een ontwerpbesluit op 22 juni 2023, waartegen eisers op 2 augustus 2023 een zienswijze hebben ingediend. Het college heeft op 3 augustus 2023 de omgevingsvergunning verleend, maar dit besluit is later ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit op 22 februari 2024. De rechtbank heeft geoordeeld dat eisers geen procesbelang meer hebben bij hun beroep tegen het eerste besluit, omdat dit is ingetrokken. De rechtbank heeft het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers, die zijn vastgesteld op € 1.931,-, en het griffierecht van € 184,- moet ook worden vergoed.
De rechtbank heeft de uitspraak openbaar gedaan op 4 november 2025, en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing. De uitspraak biedt inzicht in de toepassing van het relativiteitsvereiste en de rol van belanghebbendheid in bestuursrechtelijke procedures.