Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep gegrond is. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval verweerder niet binnen de gestelde termijn beslist. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van €453,50.
De rechtbank overweegt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn zes maanden bedraagt. De rechtbank wijst op bijzondere omstandigheden waardoor de uiterste termijn van 21 maanden is overschreden.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt. Indien eiser het niet eens is met de uitspraak, kan hij binnen zes weken een verzetschrift indienen. De rechtbank baseert haar oordeel op diverse wettelijke bepalingen, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht.