ECLI:NL:RBDHA:2025:23440
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben op 12 juli 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft op 17 oktober 2024 het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Toen de minister ook na deze termijn geen besluit had genomen, hebben eisers op 27 maart 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat dit beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de minister nog steeds geen besluit heeft genomen, ondanks de eerdere dwangsom en termijnstelling.
De rechtbank legt de minister op om binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen en stelt een nieuwe dwangsom van €200 per dag met een maximum van €15.000 vast. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers en in de vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom en proceskostenveroordeling.