ECLI:NL:RBDHA:2025:23496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende risico op vervolging in Ethiopië
Eiser, afkomstig uit Ethiopië en behorend tot de Oromo-bevolkingsgroep, diende op 8 juli 2022 een asielaanvraag in die op 23 april 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hij voerde beroep aan tegen deze afwijzing, stellende dat de identiteit en leeftijd onterecht als ongeloofwaardig werden beoordeeld en dat hij wel degelijk een gegronde vrees voor vervolging en ernstige schade loopt bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat de leeftijdsschouwen door AVIM en IND onvoldoende inzichtelijk en concludent zijn, maar dat verweerder door nader onderzoek, waaronder navraag bij Italiaanse autoriteiten en beoordeling van een geboorteakte, het vermoeden van minderjarigheid met succes heeft ontzenuwd. Tevens is de naamregistratie inconsistent en niet aannemelijk als gevolg van onbedoelde fouten.
Ten aanzien van het risico op vervolging stelt de rechtbank vast dat hoewel eiser tweemaal is gearresteerd en gerekruteerd, de omstandigheden van die arrestaties willekeurig waren en er geen aanwijzingen zijn dat hij persoonlijk doelwit is. Het ambtsbericht Ethiopië en de actuele situatie in Oromia ondersteunen dat er geen reëel risico op ernstige schade of vervolging bestaat. De rechtbank wijst ook het beroep op misleiding af, gelet op de onbetrouwbaarheid van de overgelegde documenten.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende risico op vervolging.