ECLI:NL:RBDHA:2025:23497

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
NL25.33742
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij tweede beroep tegen niet-tijdige asielbeslissing

Eiser heeft twee beroepen ingediend tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 13 januari 2024, op 17 juli 2025 en 23 juli 2025. Op het eerste beroep van 17 juli 2025 heeft de rechtbank op 20 oktober 2025 geoordeeld dat de minister binnen acht weken alsnog een besluit moet nemen en een dwangsom opgelegd voor overschrijding van deze termijn.

In deze uitspraak wordt het tweede beroep van 23 juli 2025 behandeld. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiser nog procesbelang heeft bij dit tweede beroep. Gezien de eerdere beslissing op het eerste beroep, oordeelt de rechtbank dat het procesbelang ontbreekt.

Daarom verklaart de rechtbank het tweede beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep van 23 juli 2025 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33742

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. S. Sewnath),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 13 januari 2024.
1.1.
Eiser heeft op 17 juli 2025 en op 23 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van 13 januari 2024. Op 20 oktober 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser van 17 juli 2025 gegrond verklaard en daarbij de minister opgedragen om binnen acht weken alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. [1] [2] Daarbij is eveneens een dwangsom opgelegd van € 100,- voor elke dag dat de minister deze beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
1.2.
In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van 23 juli 2025.
1.3.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [3]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Eiser heeft tweemaal beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nu de rechtbank reeds op het beroep van 17 juli 2025 heeft beslist is er geen belang meer bij de beoordeling het tweede beroep.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

2.NL25.32543.
3.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).