ECLI:NL:RBDHA:2025:23536

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
NL25.22030
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Minister veroordeeld tot vergoeding proceskosten wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een verzoek van verzoeker om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelde zonder zitting.

Eerder had de rechtbank op 12 maart 2025 aan de minister een concrete beslistermijn van vier weken gesteld voor het nemen van een besluit op de asielaanvraag. De minister heeft deze termijn niet nageleefd. Op het moment van het indienen van het beroep op 13 mei 2025 was de rechterlijke dwangsom van €7.500,- nog niet volledig verbeurd, waardoor de minister stelde dat het beroep prematuur en niet-ontvankelijk was. De rechtbank volgde dit verweer niet en verklaarde het beroep ontvankelijk, conform eerdere jurisprudentie van 28 januari 2021.

Na het indienen van het beroep heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelde vast dat de minister door het alsnog nemen van het besluit aan verzoeker tegemoet is gekomen en veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van €453,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan door rechter M. Munsterman en griffier A.W. Landman en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.22030

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker,V-nummer: [nummer],(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen)

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. In de uitspraak van 12 maart 2025 (NL25.4264) van deze rechtbank
en zittingsplaats heeft de rechtbank aan de minister een concrete beslistermijn van vier weken gegeven, waarbinnen de minister het besluit bekend had moeten maken op de asielaanvraag. De minister heeft hieraan niet voldaan. Op het moment van indienen van het beroep van 13 mei 2025, was de aan de uitspraak van 12 maart 2025 verbonden rechterlijke dwangsom van € 7.500,- nog niet volledig verbeurd. Dit zou volgens verweerder betekenen dat het beroep prematuur is ingediend en het beroep niet-ontvankelijk is.
3. Hoewel het beroep was ingediend terwijl de rechterlijke dwangsom nog niet
volledig was verbeurd acht de rechtbank, in overeenstemming met de uitspraak van de afdeling op 28 januari 2021 [2] , het beroep ontvankelijk.
4. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [3]
5. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [4]

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.