Eiser diende op 30 augustus 2023 een opvolgende asielaanvraag in. De minister wees deze af in een besluit van 11 november 2024, waartegen eiser bezwaar maakte. De rechtbank behandelde het beroep op 5 februari 2025 en gaf in een tussenuitspraak van 20 februari 2025 de minister de gelegenheid om motiveringsgebreken te herstellen.
De minister maakte geen gebruik van deze gelegenheid en verwees naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak over de betrouwbaarheid van het iMMO-rapport. De rechtbank oordeelde dat dit geen uitzonderlijke reden is om terug te komen op de tussenuitspraak. Het iMMO-rapport ontbrak aan noodzakelijke individualisering en motivering.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval de minister binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening gehouden moet worden met de eerdere uitspraken. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.