Eiser, een administratiekantoor met een eenmanszaak, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het aanbrengen van twee reclame-stickers in de openbare ruimte van Den Haag, in strijd met de Algemene plaatselijke verordening (APV). Hoewel eiser de stickers niet zelf heeft aangebracht, oordeelt de rechtbank dat hij als functioneel overtreder kan worden aangemerkt omdat hij beschikkingsmacht had over de gedraging en deze heeft aanvaard.
De rechtbank baseert dit op het feit dat eiser de stickers actief heeft verspreid aan klanten en derden, wetende dat deze in de openbare ruimte konden worden geplakt, zonder maatregelen te treffen om dit te voorkomen. Eiser had de overtreding kunnen voorkomen door voorwaarden te stellen of voorlichting te geven over het gebruik van het reclamemateriaal.
Verweerder heeft de dwangsom terecht opgelegd en na het niet verwijderen van de stickers binnen de gestelde termijn, ook terecht de verbeurde dwangsom ingevorderd. Eiser voerde geen bijzondere omstandigheden aan die handhaving onevenredig zouden maken.
De beroepen van eiser tegen zowel de last onder dwangsom als de invordering zijn daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.