ECLI:NL:RBDHA:2025:24114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach- de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'Niet-tijdelijke humanitaire gronden'. De minister wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres stelde dat zij aanspraak kan maken op rechten uit Besluit nr. 1/80 en dat de mvv-plicht in strijd is met het standstill-beginsel.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet onder de werking van Besluit nr. 1/80 valt, omdat zij zich in 2009 op grond van gezinshereniging vestigde en sindsdien geen rechten uit dat besluit heeft doen gelden. Ook is niet gebleken dat zij een afgeleid verblijfsrecht heeft of dat zij werkzaam is in Nederland. De rechtbank stelt vast dat de minister terecht de mvv-plicht toepast en dat het beroep op het standstill-beginsel faalt.
Verder is vastgesteld dat eiseres op zorgvuldige wijze is uitgenodigd voor de zitting, ondanks het ontbreken van een gemachtigde, en dat zij niet is verschenen op eigen risico. De rechtbank concludeert dat de minister de hoorplicht niet heeft geschonden, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en er geen feiten waren die een ander besluit konden rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.