9.3.Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Iran een reëel risico loopt op ernstige schade door represailles van haar broer.
10. Al het voorgaande leidt tot de slotsom dat verweerder zich onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Iran (1) een gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege haar als geloofwaardig aan te merken afvalligheid en bekering en (2) een reëel risico loopt op ernstige schade door represailles van haar broer.
11. Het beroep is gezien het voorgaande gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht.
12. De rechtbank ziet geen mogelijkheid de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, nu verweerder de geconstateerde gebreken in de beroepsfase niet heeft hersteld. Ook zal de rechtbank niet zelf in de zaak voorzien, omdat het aan verweerder is en blijft om het risico op vervolging en/of ernstige schade voor eiseres, als gevolg van haar afvalligheid en bekering alsmede de problemen met haar broer, te beoordelen. Evenmin bestaat er aanleiding voor het toepassen van een bestuurlijke lus, aangezien dit, gelet op de aard van de gebreken en de wijze waarop deze moeten worden hersteld, naar het zich laat aanzien geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zal inhouden. Verweerder wordt daarom opgedragen om, met inachtneming van deze uitspraak, binnen tien weken een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres.
13. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).