ECLI:NL:RVS:2024:5349
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling risico afvalligheid
De vreemdeling uit Iran heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 september 2023 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat hij zich heeft bekeerd tot het christendom en zich heeft afgewend van de islam, waardoor hij vreest voor vervolging bij terugkeer naar Iran. De minister achtte de geloofsgroei ongeloofwaardig, maar vond de afvalligheid geloofwaardig. Desondanks concludeerde de minister dat er geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op schade bestond.
De Raad van State oordeelde dat de minister niet voldoende heeft onderzocht hoe de vreemdeling zijn afvalligheid in Iran zou uiten en dat de minister onterecht niet heeft meegewogen dat de vreemdeling sinds 2015 in Nederland verblijft en zijn afvalligheid niet openlijk heeft geuit uit vrees voor autoriteiten. Hierdoor is het besluit onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig. De uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd vanwege onvoldoende beoordeling van de risico’s bij terugkeer wegens afvalligheid.