ECLI:NL:RBDHA:2025:24202
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag IOAZ-uitkering wegens niet voldoen aan urencriterium en tijdige beëindiging bedrijf
Eiseres, een voormalige zelfstandige tandarts, vroeg op 15 februari 2024 een uitkering aan op grond van de IOAZ. Het college wees deze aanvraag af omdat zij in 2023 niet voldeed aan het urencriterium van 1225 uur en haar bedrijf pas per 1 februari 2024 was beëindigd, terwijl de aanvraag later werd ingediend.
De rechtbank bevestigt dat het urencriterium wordt beoordeeld op het jaar voorafgaand aan de aanvraag en dat eiseres sinds 2019 niet meer aan dit criterium voldeed. Ook is de aanvraag niet tijdig ingediend, omdat de beëindiging van het bedrijf na de aanvraagdatum plaatsvond.
Eiseres voerde aan dat het evenredigheidsbeginsel toepassing zou moeten vinden, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet kan leiden tot afwijking van de wettelijke voorwaarden, omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een contra legem-toepassing rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de uitkering blijft staan. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierechten of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar IOAZ-uitkering wordt ongegrond verklaard.