Eiser heeft op 11 december 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging in het kader van asiel. De minister heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, met een mogelijke verlenging van drie maanden, op deze aanvraag beslist. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister de beslistermijn heeft overschreden en de ingebrekestelling correct is gedaan. De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser, omdat eiser een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld.