Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag van 27 maart 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging asiel. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep terecht en gegrond verklaard.
De rechtbank legt aan de minister een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Indien de minister binnen deze termijn besluit tot nader onderzoek en dit schriftelijk aan eiser meedeelt, geldt een verlengde beslistermijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht van € 194,- en een proceskostenvergoeding van € 453,50 wegens inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat partijen geen zitting hebben verzocht.