Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijn met een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring. De rechtbank had de maatregel eerder op 7 oktober 2025 getoetst en toen als rechtmatig beoordeeld.
Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, mede omdat de Algerijnse autoriteiten nog geen laissez-passer hebben afgegeven en verweerder onvoldoende voortvarend zou hebben gehandeld. Ook stelde eiser dat een minder ingrijpend middel had moeten worden toegepast in plaats van bewaring.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht is op uitzetting en dat verweerder voldoende inspanningen heeft verricht, waaronder meerdere rappels en vertrekgesprekken. Eiser heeft onvoldoende meegewerkt aan zijn uitzetting. De rechtbank zag geen aanleiding om een lichter middel toe te passen en concludeerde dat het voortduren van de bewaring rechtmatig is. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.