Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring die op 22 september 2025 is opgelegd. Hij betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, mede omdat de Algerijnse autoriteiten nog geen laissez-passer hebben afgegeven en er geen presentatiedatum bekend is. Tevens stelt eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en dat een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat er in het algemeen en voor eiser persoonlijk wel zicht is op uitzetting naar Algerije. De enkele omstandigheid dat de laissez-passer nog niet is afgegeven, leidt niet tot het ontbreken van dat zicht. Verweerder heeft voldoende inspanningen verricht, zoals periodiek rappelleren en vertrekgesprekken voeren. Ook is verweerder niet verplicht om in de voortgangsrapportage te motiveren waarom geen lichter middel is toegepast.
De rechtbank oordeelt dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.