Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen
mr. [eiseres], uit [woonplaats], eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
slechts buiten de schoolvakantiesop vakantie kan gaan. De tweede voorwaarde ziet op de oorzaak hiervan. De oorzaak moet namelijk gelegen zijn in de specifieke aard van het beroep van één van hen. De directeur komt beoordelingsruimte toe bij de beantwoording van de vraag of door de specifieke aard van (één van de) ouders of verzorgers in geen enkele reguliere schoolvakantie in het jaar met het gezin vakantie kan houden. Deze ruimte is nader ingevuld met de Beleidsregel.
“Met betrekking tot de gezinsvakantie buiten de reguliere schoolvakantie wordt voorgesteld dat deze éénmaal door het hoofd kan worden verleend voor een periode van maximaal tien dagen, indien de specifieke aard van het beroep van één van de ouders/ verzorgers het niet toelaat dat zij met de (partieel) leerplichtige binnen de schoolvakantie op vakantie kunnen gaan (artikel 11, onderdeel f). (…) Naar verwachting zal deze specificatie van het vakantieverlof tot de gevallen waarin de ouders/verzorgers vanwege de specifieke aard van het beroep niet binnen de reguliere schoolvakanties op vakantie kunnen gaan meer houvast bieden voor de scholen, de gemeenten als ook de rechterlijke macht om tot een landelijk uniforme uitvoering te komen.” [3]