ECLI:NL:RBDHA:2025:24524
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en verblijf als gezinslid. De rechtbank heeft het verzoek om griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht toegekend.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond op grond van artikel 6:2 Awb Pro en legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn. De rechtbank wijst het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom af vanwege de nieuwe wetgeving. Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van €453,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.