ECLI:NL:RBDHA:2025:24530
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Gambiaanse vreemdeling wegens onvoldoende geloofwaardige dreiging Casamance rebellen
Eiser, een Gambiaanse vreemdeling, vreesde gedwongen rekrutering door de Casamance rebellenbeweging vanwege familiebanden. Hij vluchtte nadat mannen bij zijn oma vroegen naar hem. De minister wees zijn asielaanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing en ongeloofwaardigheid van het rekruteringsverhaal.
De rechtbank vernietigde eerder het eerste besluit en gaf de minister opdracht een nieuw besluit te nemen. Dit nieuwe besluit wees de aanvraag opnieuw af. Eiser voerde beroep aan, maar de rechtbank oordeelde dat de minister het referentiekader van eiser adequaat had betrokken, zijn verklaringen onvoldoende waren en dat geen nieuw voornemen nodig was.
De rechtbank overwoog dat het rapport waar eiser naar verwees verouderde informatie bevatte en dat actuele landeninformatie de minister rechtvaardigde. Ook werd geen aanleiding gezien voor het verlenen van een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat familieleven met afhankelijkheid niet aannemelijk was gemaakt.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor eiser moet terugkeren naar Gambia. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Gambia.