Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jezidi van Iraakse nationaliteit, diende in september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Hij vreesde arrestatie door de Iraakse Nationale Veiligheidsdienst vanwege zijn deelname aan demonstraties en zijn etnische achtergrond. Verweerder wees de aanvraag af, waarbij het nieuwe beleid voor Jezidi’s sinds juli 2024 werd toegepast en verweerder het risico op ernstige schade bij terugkeer onvoldoende aannemelijk achtte.
Eiser stelde dat het oude, gunstigere beleid had moeten gelden vanwege de overschrijding van de beslistermijn en dat hij als lid van een gediscrimineerde groep een reëel risico liep. Hij overhandigde uitgebreide landeninformatie en verwees naar jurisprudentie en thematische ambtsberichten over de verslechterde situatie in ontheemdenkampen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het nieuwe beleid toepaste en dat eiser onvoldoende bijzondere omstandigheden had aangevoerd om hiervan af te wijken. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met het reële risico op ernstige schade bij terugkeer naar het vluchtelingenkamp in de Koerdische Autonome Regio, mede gelet op de verslechterde situatie en budgettekorten.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd wegens schending van het motiveringsvereiste en werd verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het risico op ernstige schade bij terugkeer.